Middelen: Vermogensbestanddelen

Vermogen is de optelsom van geld en bezittingen waarover de persoon of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met aanwezige schulden. Met ‘bezittingen waarover de persoon redelijkerwijs kan beschikken’ wordt bijvoorbeeld geld bedoeld dat vaststaat (in kapitaalverzekeringen of termijndeposito’s) of aandelen. Hierbij horen ook middelen die de persoon of het gezin ontvangt tijdens de periode waarover Algemene bijstand is toegekend, zoals een erfenis of een aanzienlijke prijs uit een loterij.  

Voorbeelden van bezittingen zijn:

  • Contant geld
  • Tegoeden op bank- en spaarrekeningen
  • Auto’s
  • Motoren
  • Caravans
  • Huizen
  • Deposito’s (= het in bewaring geven van geld aan een bank)
  • Aandelen
  • Obligaties (= een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die is aangegaan)
  • Opties en de afkoopwaarde van koopsom- of levensverzekeringspolissen
  • Vermogens in het buitenland

Een bekende uitzondering op vrij te laten vermogen is vermogen dat vastligt in een lijfrente, waarvan bij het afsluiten duidelijk is dat deze is bedoeld voor een pensioenaanvulling en ook pas na de pensioengerechtigde leeftijd tot uitbetaling komt.

Beleidsvrijheid

Gemeenten kunnen in hun beleid vastleggen dat zij bepaalde zaken vrijlaten in de vaststelling van het vermogen. Zo kennen veel gemeenten een vrijstelling van de waarde van een auto die ouder is dan 7 jaar, tenzij het een waardevol verzamelobject is. Bijvoorbeeld bij een auto. Daarnaast wordt vaak ook een beperkt bedrag van de betaalrekening vrijgelaten in de veronderstelling dat dit geld is dat mensen nodig hebben om in de kosten van levensonderhoud voor die maand te voorzien.

Wat niet als vermogen wordt meegerekend  of wordt vrijgelaten op grond van de Participatiewet

  • Bezittingen in natura die algemeen gebruikelijk of noodzakelijk zijn
  • Vermogen tot een bepaalde grens
    • Voor alleenstaande ouders en gehuwden (samenwonend) is de vermogensgrens € 12.590,00 (per januari 2021)
    • Voor alleenstaanden is de vermogensgrens € 6.250,00 (per 1 januari 2021)
  • Spaargeld, opgebouwd gedurende de periode waarin bijstand is ontvangen
  • Het vermogen uit de woning en erf tot maximaal € 53.100,00 (per 1 januari 2021)
  • Vergoedingen voor immateriële schade
  • Opgebouwde voorziening ten behoeve van een levensloopregeling. Een levensloopregeling is een opgebouwd spaartegoed dat voorziet in een inkomen tijdens een periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof. Indien de inwoner echter gedurende de bijstand besluit om de levensloopregeling af te kopen dan telt het wel mee als vermogen voor de bijstand. Dit is besloten door het Centrale Raad van Beroep (CRvB) (ECLI:NL:CRVB:2017:3367).
  • Een lijfrentepolis die is afgesloten voor een aanvulling op het pensioen, die leidt tot uitbetaling na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.